Uitleg van Judowedstrijd regels
Hygiëne en Veiligheid
Judopak moet schoon en droog zijn en mag niet vervelend ruiken,
lengte van de jas en de broek moet volgens de afmetingen aan de JBN. normen
voldoen.
De nagels van handen en voeten moeten schoon en kort geknipt zijn.
Je moet er fris en verzorgd uitzien.
Lang haar dient men stevig op te binden, of in te vlechten.
Haarspelden neus en oorringen zijn niet toegestaan ( en mogen zelfs niet
afgeplakt worden)
Piercings waaronder ook sport piercings zijn niet toegestaan.
Als een judoka niet aan deze voorschriften houdt, zal hij niet mogen deelnemen
aan de Judowedstrijden op diverse toernooien.
Maar deze regels gelden ook voor judoka, s die alleen maar recreatief judoën.
Wedstrijdbanden en Judopakken
Een wedstrijd judoka dient een rode, en een witte band, van zichzelf bij te
hebben op een judotoernooi dit i.v.m. de duidelijkheid voor de scheidsrechter, als hij een judoka als winnaar aan moet wijzen zie scoringsborden.
(Schrijf met een stift duidelijk je naam en de club op de judobanden i.v.m.
verliezen of het uit lenen van je judobanden)
Een Blauw judopak is alleen verplicht bij Nederlandse kampioenschappen,
A-Toernooien, Europese en Wereld kampioenschappen en bij de Olympische spelen.
Kleding voorschriften: (Kimono) judojas ( Zubon) Broek (Obi)
judoband en een T-shirt voor meisjes (dames)
Kimono:
Op de linker mouw van de judojas is een mogelijkheid
om een embleem van je judoclub,. er op laten bevestigen
onderkant van de judojas moeten 20 cm elkaar overlappen .
De mouwen van de judojas mogen niet langer zijn dan je pols gewrichten en mogen
niet korter zijn dan 5cm boven het polsgewricht.
Tussen de mouw en je arm moet, over de gehele lengte over je arm, 10-15
centimeter ruimte zitten.
Zubon:
Je judobroek moet zó lang zijn dat het je benen bedekt, je broekspijpen mogen
niet,
langer zijn tot aan het enkelgewricht, ze mogen ook niet korter,
zijn dan 5cmboven je enkelgewricht.
Tussen je broekspijp en je been moeten over heel de lengte van je been,
10 – 15 centimeter ruimte zitten.
Obi:
Je judoband moet 4 tot 5 cm breed zijn.
De kleur van je graduatie die je werkelijk met judo hebt behaald.
Wordt op heuphoogte om de judojas gedragen.
Met een stevige platte knoop vastmaken.
Moet zó lang zijn dat je hem tweemaal om je heup kunt winden en dat er nog eens,
20-30cm overblijft aan iedere kant van de knoop die je erin heb gelegd.
Voor jeugdige judoka,s gelden natuurlijk aangepaste,kleinere afmetingen.
T-shirt:
Meisjes (dames) moeten onder de (Kimono) judojas een effen wit of
gebroken wit T-shirt dragen of effen witte of gebroken witte
"bodystocking"voorzien van korte mouwen, redelijk sterk en lang genoeg om in de
broek gedragen te worden.
Begin van de Wedstrijden
De namen van de judoka,s worden afgeroepen en de eerste judoka, die dient
zijn rode band te dragen en ook zijn eigen kleur band.
de tweede judoka dient een witte band te dragen en ook zijn eigen kleur band.
De judoka,s gaan aan de kant staan bij de kleuren op het scoringsbord.(rood/wit
kant)
De scheidsrechter verwijst naar de judoka,s dat zij op mat te komen.
En hij zegt Hajime en de judoka,s groeten elkaar en gaan judoën
Aanduidingen van de punten waarderingen op de scoringsborden
Bij een electronisch scoringsbord staan diverse benamingen
op afgebeeld.
O.a Koka, Yuko, Waza-ari, en ippon.
Maar ook er staan straffen op het bord afgebeeld.
Dat zijn de shido,s die kunnen oplopen tot maximaal 4 shido,s
Deze benamingen worden omgezet in punten dat wil zeggen.
Koka = 3punten, Yuko = 5 punten, Waza- ari =7 punten, en een ippon =
10punten.
Dit zijn de punten voor een judoka, die in zijn voordeel werken.
Bij een handmatig scoringsbord staat alleen de ippon niet op vermeld.
Voorbeelden bij te behalen van diverse resultaten.
Yuko:
Als een judoka zijn tegenstander op zijn
dijen heeft geworpen
en zijn tegenstander gedurende 15 seconden in en houdgreep houdt.
Waza-Ari:
ls een judoka zijn tegenstander het grootste gedeelte op
zijn rug werpt.
Of hij kan zijn tegenstander langer dan 20 seconden in een houdgreep houden.
Ippon:
Word gegeven bij het uitvoeren van een worp die perfect is
uitgevoerd.
bij een houdgreep waarbij hij zijn tegenstander 25 seconden onder controle
heeft,
als men 2 keer een waza-ari heeft gescoord.
Door het afkloppen bij een armklem, of bij een verwurging.
De punten van het scoringsbord gaat als volgt
Wanneer een judoka b.v. 2 Yuko,s en 1 waza-ari heeft behaald
worden de punten niet bij elkaar opgeteld, maar aan het einde van de wedstrijd
word de hoogste scoren gegeven.
de scoren van deze judoka is dan 5 punten voor het behalen van een Yuko.
Een ander voorbeeld is als een judoka 3 Yuko,s heeft behaald en zijn
tegenstander behaald 1 waza-ari wordt hij winnaar met een totaal aantal punten
van 7
Golden score
Als een wedstrijd met een gelijke stand is geëindigd,
kondigt de scheidsrechter mattè aan.
Het scoringsbord wordt weer in de beginstand gezet.
En de wedstrijd wordt hervat met dezelfde wedstrijdduur.
Als de scheidsrechter hajime heeft aangekondigd, proberen de beide judoka,s
zo snel mogelijk tot een score te komen.
De judoka die het eerst (minimaal een Yuko ) is de winnaar van de wedstrijd.
Ook als een judoka in de golden score -tijd bestraft wordt b.v met een( shido)
Wint ook de andere judo deze wedstrijd.
Osae-komi-waza ( houdgreep) tijdens de golden score wordt niet meer afgebroken,
maar de tijd loopt door totdat de houdgreep is verbroken ,
of de maximale houdgreeptijd is bereikt.
Mocht het naar een golden score de stand nog gelijk zijn ,
zal de scheidsrechter gebruik maken van een hantei d.w.z. hij zal kijken welke
judoka,
een klein voordeel heeft behaald b,v, kinza (een kleiner scoren dan een Yuko)
Of als een judoka zijn tegenstander minder dan 10 seconden, in osea –komi (
houdgreep)
heeft weten vast te houden.
Of een judoka aanvallender heeft staan te judoën.
Positieve activiteit judoka de wedstrijd naar zijn hand te
zetten.
Positief judo constant in beweging te zijn met o.a kumi-kata een goede houding
en wedstrijd stijl laat zien.
Hantei
( vragen om een oordeel bij een gelijke eindstand na een golden score)
Op de grotere judotoernooien bv.. Zuid-Nederlandse –
Nederlandse – Europese –
Wereldkampioenschappen en Olympische Spelen.
Zijn er altijd 3 scheidsrechters op de Tatami ( judomat )
Een hoofdscheidsrechter en twee hoekscheidsrechters.
Als de wedstrijd onbeslist is geëindigd roept de scheidsrechter maté
Op het moment dat de hoofdscheidsrechter een hantei aan vraagt gaan de
2 hoekscheidsrechters staan staan,en nemen de rode en de witte vlaggetjes in hun
handen
En tonen dan de kleur van de vlag van wie men denkt welke judoka, deze wedstrijd
heeft gewonnen.
Straffen
1e Shido = waarschuwing, 2e Shido = 5 punten, 3e Shido = 7 punten, 4e Shido = 10 punten,
Dit zijn diverse voorbeelden die in het nadeel van een
judoka werken in oplopende Shido,s
Een judoka kan de straffen krijgen door o.a.
1e Door passief te judoën d.w.z. afhoudend en niet aanvallend judoën.
2e Buiten de rode rand van de judomat begeeft,
3e Tegenstander met beiden armen naar de judomat brengen.
4e Inklemmen van de vingers van de tegenstanders
5e Slaande bewegingen naar de judoka
6e Als een judoka te diep met zijn hoofd naar de mat gaat b.v. door een Uchi mata,
of bij het inzetten van een Harai Goshi.
7e Door een schijn aanval te maken.
8e Een tegenstander die op de mat ligt optillen, en hem daarna weer op de mat te werpen.
9e Geen aandacht slaan op de aan wijzigingen van de scheidsrechter.
10e Tijdens de wedstrijd onnodig roepen opmerkingen of gebaren maken met de
bedoelingen, om de tegenstander of de scheidsrechter te kleineren.
Verboden handelingen voor judoka,s 12jaar.
Tomoe-nage en hikomi-gaeshi = Sutemi,s = offerworpen.
Ude-kansetsu- waza = armklem technieken.
Shime-waza = omstrengeling techniek = verwurging.
Sankaku-waza = driehoek technieken.
Voorwaartse worp op eén of twee knieën zowel staand of grondtechnieken ( ippon
seonage)
Met twee handen, de benen van de tegenstander er onderuit halen (morote-gari/ryoashi-dori)
Om het hoofd pakken waarbij de arm de nek omwringt zowel staand of met een,
grondtechniek zoals de (koshi-Guruma)
HANSOKU-MAKE.
Als een judoka,direct een Hansoku-make krijgt van de
scheidsrechter,
voor,onsportief gedrag, of voor verboden handelingen.
Wordt hij voor het verdere toernooi, of kampioenschappen van deelname.
UITGESLOTEN 'diskwalificatie'
Einde van een judowedstrijd
Als een judoka weet te winnen met een ippon. (10 punten)
Mocht het zijn dat een dat een judoka, 2 x keer een Waza-ari maken,
dan zegt de scheidsrechter Waza-ari-awasete-ippon en wijst hij de winnaar aan .
Een kan wedstrijd ook eerder afgelopen zijn als een judoka, zijn tegenstander
25 seconden in een houdgreep weet te houden, dan word er op de mat een zakje
gegooid of er klinkt een geluid signaal .
Als een judoka bij zijn tegenstander een Waza-ari heeft gescoord, en hij ook bij
de zelfde judoka een houdgreep kan maken dan is de tijd van de houdgreep maar 20
seconden.
Mocht het zijn dat er nog geen punten op het scoringsbord staan en een judoka
weet een houdgreep te maken gelijktijdig als het eindsignaal wordt
aangekondigd, moet de wedstrijdtijd automatisch verlengd worden totdat hiermee
ippon gescoord wordt,
of totdat de centrumscheidsrechter Toketa, of Mattè aankondigt.
Mocht het zijn dat er na het eind signaal, aan beide kanten van de judoka,s
niets op het scoringsbord staat.
Dan gaat men over tot de Golden score, wordt er dan in de wedstrijdtijd nog geen
score behaald, dan wijst de scheidsrechter een judoka aan, en hij zegt
Yusei-Gachi d.w.z.
Winnaar op beslissing van de scheidsrechter.
Aanduidingen van de scheidsrechters en nummering
Klik hier v
oor afbeelding Judo scheidsrechters1e Hajimè = Begin van de wedstrijd.
1a
Sore-made = Einde van de wedstrijd.2e Mattè = Stop.
3e Osaekomi = Houdgreep.
4e Sone-mama = niet (meer) bewegen.
4a Yoshi = Doorgaan
5e Toketa = Houdgreep verbroken.
6e Koka = Is vervallen!
7e Yuko = 5 punten (voordeel - judoka)
8e Waza-ari = 7 punten (voordeel – judoka)
9e Waza-ari-awasete-ippon = Tweemaal een Waza-ari gescoord is samen een ippon
10e Ippon = 'Vol punt' (maximale score) in een wedstrijd 10 judo punten.
11e Centrum (hoofd) scheidsrechter geeft aan een judoka een scoren, maar de hoek-
scheidsrechters geven een andere mening de Centrumscheidsrechter herroept zijn,
beslissing (annuleert / ongeldig).
12e Judoka valt te weinig aan, en de scheidsrechter geeft de judoka daar een straf,voor een Shido.
13e Judoka is geblesseerd een EHBO-er wordt gevragen naar de mat te komen,
en er komt dan een kruisje op het scoringsbord te staan aan de kant waarvan de judoka die geblesseerd is.
14e Straffen die aan een judoka worden gegeven zie beschrijving straffen.
15e Judoka moet zijn judopak in orde maken.
16e Hantai = Centrum (hoofd) scheidsrechter vraagt advies aan zijn hoekscheidsrechters.
17e Hiki-Wake = Onbeslist deze beslissing kan alleen bij teams gegeven worden.
18e Sogo-Gachi = winnaar door optelling van scores en/of bestraffingen.
19e Hansoku–Make = zeer zware straf 'diskwalificatie' als een judoka deze straf ineens
krijgt van de scheidsrechter mag hij niet verder meer deelnemen aan het toernooi.
Het kan ook gebeuren dat een judoka met oplopende straffen krijgt,
Van de scheidsrechter met Shido,s mag hij wel de volgende wedstrijden judoën.